Achtergrondinformatie

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zet de komende jaren breed in op een hogere taal- en rekenvaardigheid van leerlingen. Om de aansluiting tussen de onderwijssectoren en de leerling-prestaties voor taal en rekenen te verbeteren heeft de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen (de Commissie Meijerink) voor deze basisvaardigheden het Referentiekader Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen (over de drempels met taal en rekenen, januari 2009) ontwikkeld.

Voor het hele onderwijs (van de basisschool tot en met het hoger onderwijs) is hierin vastgelegd wat leerlingen moeten kennen en kunnen als het gaat om Nederlandse taal en rekenen/wiskunde. Het gaat om basiskennis en -vaardigheden die voor alle leerlingen van belang zijn. Het doel van de invoering van een referentiekader voor deze basiskennis en -vaardigheden is een algemene niveauverhoging. Het aanleren van de basisvaardigheden is een kerntaak van het onderwijs.

Basiskennis en -vaardigheden kun je op verschillende niveaus beheersen. Voor taal zijn er in totaal vier niveaus beschreven en voor rekenen/wiskunde drie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een fundamenteel niveau (F) en een streefniveau (S). Het niveau 2F heb je nodig om maatschappelijk mee te kunnen doen.

Streefniveaus
Er zijn leerlingen die minder snel of sneller dan gemiddeld de leerstof beheersen. Al deze leerlingen dagen we uit! De ene groep door wat meer dan voorheen van ze te vragen om zo veel mogelijk een fundamenteel niveau te behalen. De tweede groep door ze wat extra’s te bieden: een streefniveau. Bij taal betekent dit dat je deze leerlingen de stof van een direct volgend fundamenteel niveau aanbiedt (bijv. 2F=1S). Bij rekenen/wiskunde gaat het om een apart beschreven, abstracter, niveau.

De onderdelen
Voor taal zijn per niveau de volgende domeinen beschreven:
• Mondelinge taalvaardigheid
• Lezen
• Schrijven
• Taalverzorging

Voor rekenen gaat het om de volgende domeinen:
• Getallen
• Verhoudingen
• Meten en Meetkunde

Welk niveau geldt voor welke leerling?
De referentieniveaus zullen nog (wettelijk) worden toegewezen aan de verschillende schooltypen. De expertgroep die het referentiekader heeft ontwikkeld heeft al een eerste voorstel gedaan.

Waarom een referentiekader?
•  Het referentiekader zorgt voor efficiëntere en effectievere onderwijsprogramma’s. De programma’s van de verschillende schooltypen sluiten beter op elkaar aan waardoor herhalingen, of erger nog, hiaten, voorkomen worden.
•  Het referentiekader kan u uitdagen het taal- en rekenbeleid op uw school opnieuw te doordenken.
•  Als u in de positie van ontvangende school (vervolgonderwijs) bent, kunt u eenvoudig vaststellen waar remediëring nodig is, waar onderhoud volstaat of waar doorgewerkt kan worden richting het beoogde eindniveau.

Wat gaat u merken van het referentiekader?
• In het voortgezet onderwijs zullen de examenprogramma’s worden geijkt en worden de referentieniveaus gebruikt bij de ontwikkeling van centrale examens en syllabi.
• In het voortgezet onderwijs zullen alle leerlingen een rekentoets afleggen als onderdeel van het eindexamen.
• Er worden door uitgevers additioneel materiaal en leeswijzers ontwikkeld op basis van de referentieniveaus.
• Hulp en ondersteuning zijn te krijgen via de verschillende steunpunten.

Meer informatie?
Op de website www.taalenrekenen.nl kunt u actuele informatie vinden over de implementatie van het referentiekader. U kunt u zich daar ook aanmelden voor de nieuwsbrief zodat u altijd de meest actuele informatie krijgt.