Laaggeletterdheid bestrijden
In de jeugdgezondheidszorg kan men laaggeletterdheid signaleren en bestrijden bij zowel ouders als kinderen. Professionals kunnen samen met de ouders de taalontwikkeling van het kind stimuleren.
Geef voorlichting
- Neem in de consulten op vaste momenten gesprekken op over taal en taalontwikkeling. Reik folders uit over taalontwikkeling of lezen, die dienen als handvat te geven om erover te praten.
- Gebruik schriftelijk materiaal, specifiek gericht op taalontwikkeling: Het Groeiboekje en nieuwe varianten daarvan, zoals de groeigids van GGD Amsterdam en Ik ben groter van ICARE; divers informatiemateriaal over praten, (voor)lezen, taal en taalontwikkeling.
- Leg ook in de wachtkamer informatie neer van de bibliotheek en de kinderboekenwinkels.
- Geef bij het eerste huisbezoek een babyboekje cadeau. Dit is mogelijk door samenwerking met de bibliotheken in het project Boekenpret, in ieder geval voor alle kinderen in de leeftijd van 0-2 jaar.

Organiseer groepsactiviteiten
- Verwijs naar diverse cursussen en/of bijeenkomsten, waarin taal een onderdeel is. ‘Praatjesmakers’ (ontwikkeld door Thuiszorg Amsterdam) is bijvoorbeeld materiaal voor groepsvoorlichting over het stimuleren van de taalontwikkeling. De cursus wordt gegeven op peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Ouders kunnen deze voorlichting gezamenlijk aanvragen.
- Las in het bestaande cursusaanbod ruimte in voor een medewerker van de bibliotheek die vertelt over voorlezen, of voor een (andere) deskundige die vertelt over taalontwikkeling en de rol van de ouders. Neem in de cursus tijd op om praktisch te oefenen met voorlezen en taalstimulering.
- Organiseer – in samenwerking met bibliotheken – bijeenkomsten voor ouders over voorlezen en geschikte boeken voor bepaalde leeftijdscategorieën. Dit kan binnen het project Boekenpret.
Huisbezoek
- Leer ouders om effectiever met hun kind te communiceren. Hiervoor is bij Thuiszorg West-Brabant en Thuiszorg Breda in 2003-2005 een proef gedaan met geprotocolleerd huisbezoek bij kinderen van 14-18 maanden die een negatieve score hebben op 1 van de taalitems in het van Wiechenschema.
- Breng Boekenpret ‘thuis’. Een aantal consultatiebureaus heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om Boekenpret thuis bij de ouders te brengen, door boeken mee te nemen en ouders te leren hoe zij hun kinderen kunnen voorlezen.
- Maak gebruik van video-hometraining. Steeds meer consultatiebureaus hier bij de begeleiding van ouders in de opvoeding en verzorging van kinderen gebruik van. Ook hierbij wordt op taal gelet. Aandacht is er voor:
- Het stimuleren van taalontwikkeling: praten met de kinderen, spelletjes doen, zingen, voorlezen.
- Het belang van herhalen van ‘correcte’ taaluitingen van kinderen.
- Interactief voorlezen: het blijkt dat het voorlezen meer effect heeft op de taalontwikkeling als dit interactief gebeurt, dat wil zeggen vragen stellen, het kind laten aanwijzen in het boek, het zelf laten vertellen.
Geef advies
- Geef bij tweetaligheid het advies om het kind op te voeden in de eigen moedertaal. Bij oudere peuters is het verstandig om gebruik te maken van de één-taal-één-situatie strategie (thuis eigen taal, buitenshuis Nederlands) of de één-persoon-één-taal strategie (één ouder eigen taal, andere ouder Nederlands). Deze adviezen zijn gemaakt door Averroés Stichting (Taaltalent). Het idee dat erachter zit is dat een goede beheersing van één taal leidt tot een makkelijk leren van een tweede taal;
- Adviseer allochtone ouders bij gebrekkig taalaanbod in het Nederlands, hun kind naar een VVE-peuterspeelzaal te laten gaan. Daar kan het Nederlands met specifieke programma’s op peil worden gebracht. Peuterprogramma’s zijn o.a. Pyramide, Kaleidoscoop, Startblokken en Boekenpret.
Overige aanbevelingen
- Richt de aandacht vooral op de taalontwikkeling van de kinderen tussen 0-2 jaar. Daarna is er aandacht voor taalontwikkeling door middel van de screening op de consultatiebureaus. Op de leeftijd van 2 jaar gaan peuters naar de peuterspeelzalen waar aandacht voor de taalontwikkeling is.
- Stem de voorlichting van consultatiebureaus en de (VVE-)peuterspeelzalen beter op elkaar af, zodat er sprake is van een samenhangend geheel aan taalstimuleringsactiviteiten.