Laaggeletterdheid signaleren
Wat kunnen indicaties zijn voor laaggeletterdheid?
U merkt in contacten of het kind opgroeit in een taalstimulerende omgeving of niet. Een van de oorzaken van een minder taalstimulerende omgeving kan zijn, dat de ouders problemen hebben met lezen en schrijven. Er zijn signalen en uitspraken die hierop kunnen wijzen:
Signalen bij het huisbezoek
- Er zijn geen kranten, boeken, tijdschriften, spelletjes en (verjaardags)kalenders in huis.
- Er liggen geen pen en papier bij de telefoon.
- De ouder neemt het Groeiboek onwennig in ontvangst.
- Er is geen geboortekaartje. Post (met felicitaties) is niet geopend.

Signalen tijdens een consult op het bureau
- De ouder heeft niets ingevuld in het Groeiboek; de naam van het kind staat er niet op, ingevoegde folders zitten er nog ongelezen in.
- De ouder komt vaak niet op afspraken, schrijft de afspraken niet op, komt op de verkeerde dag, tijd of plaats.
- De ouder zegt nooit voor te lezen.
- De ouder vult de vragenlijsten van het consultatiebureau niet of niet volledig in.
- De ouder pakt nooit een boekje in de wachtkamer.
- De ouder vraagt mondelinge informatie over zaken die op papier zijn uitgereikt.
Uitspraken van de ouder
- ‘Ik hou niet van voorlezen.’
- ‘Mijn partner leest altijd voor.’
- ‘Ik ben zelf ook nooit voorgelezen.’
- ‘Mijn kind houdt niet van boeken, het kijkt liever tv.’
- ‘Ik schrijf het thuis wel op.’
Een combinatie van bovenstaande signalen kan erop wijzen dat er sprake is van laaggeletterdheid. Dat kan aanleiding zijn om er met ouders over te praten.
Download de Herkenningswijzer Jeugdgezondheidszorg voor meer informatie over het herkennen van laaggeletterdheid.