Achtergrondinformatie

Hieronder vindt u achtergrondinformatie waarop het project Taalkr8! junior voor een deel gebaseerd is. Handig voor uzelf, maar ook goed bruikbaar wanneer u presentaties of uitleg voorbereidt voor de leerkrachten op uw school of de ouders van de leerlingen. Onder Onderzoek en Beleid vindt u ook meerdere presentaties van onderzoeken die u kunt downloaden.

Uitgangspunten
Onderzoek en Beleid

Uitgangspunten

Meer taalvaardigheid bij kinderen en ouders is gemakkelijk te realiseren met onderstaande uitgangspunten voor ogen: 

Een belangrijke sleutel tot beter leren lezen is tijd. 
Leerkrachten leren kinderen lezen en schrijven. De resultaten van het lees- en schrijfonderwijs worden regelmatig belicht én bekritiseerd door middel van onderzoek en discussie. Een belangrijke sleutel tot meer leesresultaat is tijd. Vaker lezen op school en thuis loont! De tijd ervoor nemen maakt lezen nog waardevoller.
Dr. Kees Vernooy van het CPS heeft onderzoek gedaan naar de factor tijd bij het leren lezen. Zijn presentatie vindt u hier.

Kinderen zetten zich meer in bij het leren lezen en schrijven als zij inzicht hebben in de praktische betekenis ervan.
Taal is overal. Kinderen zijn zich nog niet bewust van de sleutelfunctie van taal voor hun toekomst. Door hen de praktische betekenis van taal te laten zien en ervaren, kunnen zij hun leerproces meer betekenis geven en zich daarvoor inzetten.

Leerkrachten ontmoeten laaggeletterde ouders en kunnen het probleem bespreken.
Laaggeletterdheid bij ouders benadeelt de kansen van kinderen op school. Leerkrachten kunnen signalen van laaggeletterdheid bij ouders opmerken. Deze ouders reageren bijvoorbeeld niet op brieven van school of zetten een handtekening met een kruisje. Hierdoor heeft de school aanknopingspunten om het gesprek aan te gaan met de ouders. Zowel de school als de ouders willen immers het beste voor het kind. De school kan de mogelijkheid van een lees- en schrijfcursus voor de ouders onder de aandacht brengen. Het mes snijdt op deze manier aan twee kanten: voor zowel het kind als de ouder is de stap van de ouder naar een taalcursus van belang.

Kinderen zijn belangrijke raadgevers voor hun ouders.
Kinderen vertellen thuis over gebeurtenissen op school. Ook als er op school gesproken is over laaggeletterdheid. Kinderen van laaggeletterde ouders herkennen vaak meteen het probleem. Het idee is dat zij daarna met hun ouders deze ‘herkenning’ bespreken. En ook de oplossing als daarover op school meer is verteld, namelijk een taalcursus voor volwassenen.

Taal is leuk, spannend en uitdagend!
Het luisteren naar een spannend verhaal of het schrijven van een gedicht prikkelt de fantasie. Taal biedt ruimte gevoelens te uiten. Kinderen die goed kunnen lezen, werken geconcentreerder, pakken zaken sneller op, stellen vragen en schrijven met plezier.

Terug naar boven

Onderzoek en Beleid


Vele geleerden, de Inspectie van het Onderwijs  en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben de afgelopen jaren  onderzoeksresultaten, statistieken en beleid op het gebied van laaggeletterdheid en leesprestaties gepresenteerd. Hieronder staan de belangrijkste bevindingen uit de onderzoeksrapporten en beleidsstukken, met bronvermelding en -waar mogelijk- achterliggende documenten of websites.


Aanpak risicoleerlingen
In het verleden dachten we dat kinderen met leesproblemen een heel andere instructie vereisten (bijvoorbeeld visuele training, inzetten van orthotheekprogramma’s, een lager tempo, etc.). Gelukkig weten we nu dat kinderen met leesproblemen succesvoller zijn wanneer ze vooral goede instructie krijgen met betrekking tot de leesvaardigheden die alle leerlingen moeten verwerven. Dat betekent:

  • meer tijd voor instructie;
  • zorgvuldig opgebouwde instructie;
  • meer coaching en oefening;
  • meer expliciete directe instructie (instructie met veel voorbeelden);
  • meer zorgvuldig volgen van de leesontwikkeling en op basis daarvan de instructie en het programma aanpassen.

De kwaliteit van de docent blijkt de grootste factor te zijn in het leessucces van de leerling.
Dr. Kees Vernooy, CPS, 2008
Klik hier voor de volledige presentatie van Dr. Kees Vernooy over leesontwikkelingen

Leesvaardigheid gedaald 
Nederlandse leerlingen van 9 en 10 jaar lezen in vergelijking met andere landen goed. Maar in tegenstelling tot 2001 lezen ze in 2007 gemiddeld slechter, met name de meisjes presteren minder goed. Nederland heeft niet veel zwakke lezers, maar ook niet veel gevorderde lezers. Verreweg de meeste scholieren beheersen de basisleesvaardigheden. Dit blijkt uit PIRLS, Progress in International Reading Literacy Study, een internationaal vergelijkend onderzoek naar leesvaardigheid van leerlingen van 9 en 10 jaar.
Het Expertisecentrum Nederlands (ECN), 2007
Klik hier voor het volledige persbericht met de belangrijkste resultaten van het ECN (2007) 


Percentage zwak lezende kinderen gestegen 
Bij de presentatie van het Onderwijsverslag 2006/2007 uitte drs. Annet Roeters, inspecteur-generaal van het Onderwijs, haar zorgen over het groeiende aantal leerlingen dat onvoldoende kan lezen. Het percentage zwak lezende 15-jarige leerlingen is tussen 2000 en 2006 gestegen van minder dan 10 procent naar meer dan 15 procent. Ze gaf ook aan wat scholen kunnen doen om hun leerlingen beter te leren lezen.  Het onderwijs beter afstemmen op verschillen tussen leerlingen bijvoorbeeld en dus voldoende aandacht geven aan zwakke en achterblijvende leerlingen. Ook het toetsen en evalueren van de vorderingen verdient meer aandacht.  Inspectie van het onderwijs, De Staat van het onderwijs, onderwijsverslag 2006/2007, 2008
Klik hier voor het Onderwijsverslag van 2006/2007 
Klik hier voor het laatste Onderwijsverslag (2009/2010) van de Inspectie van het Onderwijs 

Preventie Laaggeletterdheid 
Leerlingen van groep 4 tot en met 8 zouden minimaal 180 minuten per week moeten lezen, verspreid over 5 dagen per week. Kinderen met minder aanleg voor lezen hebben nog meer leestijd nodig. Omdat iedereen kan leren lezen, moet de leerkracht de lat hoog leggen.  Je moet kinderen laten merken dat je erop vertrouwt dat ze kunnen leren lezen. Maak van de leesles dus een succeservaring voor elke leerling. En zorg voor een leesomgeving die leuk en interessant is.
Orthopedagoge Drs.Lucie Spreij, Expertisecentrum Onderwijsleerproblemen aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht, 2008
Klik hier voor de presentatie Preventie van Laaggeletterdheid (2009)
Klik hier voor informatie over laaggeletterdheid bij ouders (voor leerkrachten)
Klik hier voor informatie over samenwerking met ouders aan lezen (voor leerkrachten)
Klik hier voor informatie over lezen en opvoeden (voor ouders)

Scholen voor morgen, kwaliteitsagenda Primair Onderwijs
De belangrijkste doelstelling van de Kwaliteitsagenda Primair Onderwijs Scholen voor morgen is het verbeteren van de basisvaardigheden taal en rekenen van alle kinderen in het primair onderwijs. Het gaat over de hele linie niet slecht met taal en rekenen, maar er zijn nog te veel kinderen die niet voldoende kunnen lezen, schrijven en rekenen. Zo heeft 15 procent van de kinderen van groep 8 moeite met technisch lezen. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2007
Klik hier voor de Kwaliteitsagenda Primair Onderwijs 2007 

Taalpilots 
Op dit moment werken 350 scholen met de Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden en 1000 scholen met een taalleesverbetertraject gericht op het verbeteren van het taal- en leesonderwijs. Daarnaast werken 121 scholen in het SO en het SBO aan het verbeteren van taal en lezen. Beide projecten worden in opdracht van het Ministerie van OCW uitgevoerd door het Projectbureau Kwaliteit. Op de site www.taalpilots.nl vindt u voorbeelden van de leesverbetertrajecten en tal van instrumenten om onderwijsachterstand aan te pakken.

Terug naar boven