In Amsterdam hebben onderwijsassistenten grote moeite met lezen. Minder dan de helft van de 164 onderwijsassistenten die meededen aan een toets begrijpend lezen, heeft daarvoor een voldoende gehaald.
Amsterdamse schoolbesturen voor basisonderwijs hebben de onderwijsassistenten laten toetsen op hun Nederlandse taalvaardigheid. Voor het onderdeel begrijpend lezen slaagde 42 procent. Op de onderdelen spreken en schrijven waren de resultaten beter; daarvoor slaagde respectievelijk 84 en 78 procent.
Extra scholing
De besturen hebben besloten dat onderwijsassistenten die de toets niet hebben gehaald, extra scholing krijgen.
Onderwijsassistenten ondersteunen de leraar, waarbij zeker in de eerste groepen van het basisonderwijs een belangrijk accent ligt op taalactiviteiten.
Mbo-niveau
De onderwijsassistenten hebben taaltoetsen gehad op het hoogste mbo-niveau, zoals die straks ook worden ingevoerd. Volgens de gemeente Amsterdam is een deel van de 184 assistenten daarmee getoetst boven hun oorspronkelijke opleidingsniveau.
Vorig jaar gaf gemeente Amsterdam de Universiteit van Amsterdam opdracht om het taalniveau van peuterleidsters te onderzoeken. De resultaten waren eveneens schrikbarend.
Reactie Stichting Lezen & Schrijven
In 2007 tekenden de overheid, werkgevers en werknemers een convenant waarin zij onder andere de ambitie uitspraken om vanaf 2011 geen kind meer met onvoldoende beheersing van de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen van school te laten komen.
“Een ambitie die wij toen en nu van harte onderschrijven”, zegt Margreet de Vries, algemeen directeur van Stichting Lezen & Schrijven. “Iedereen in en om de school en in en om de thuissituatie van de kinderen moet worden betrokken. Dit stelt dus ook bepaalde eisen aan de taalvaardigheid van kinderopvangleidsters en onderwijsassistenten.”
De Vries: “Met de verplichte centrale eindtoetsen voor niveau 4 die vanaf schooljaar 2013-2014 worden ingevoerd, voorkomen we hopelijk dat studenten zonder voldoende basisvaardigheden de arbeidsmarkt betreden. Dat is ook wat is afgesproken in het convenant. Maar wat je nu ziet in Amsterdam – en Rotterdam gaf het ook al aan – is dat we er met het stellen van eindtermen nog niet zijn. We moeten ook zorgen dat jongeren deze halen.”
Voorbereiden op de maatschappij
“De onderwijsassistenten in dit onderzoek kun je het niet eens kwalijk nemen dat zij niet aan die eisen voldoen. Zij zijn ook maar een product van ons onderwijssysteem, dat overigens niet alleen het mbo betreft. Deze jonge volwassenen zijn door de samenleving – en daar horen de onderwijsinstellingen ook bij – onvoldoende op hun werkende leven voorbereid. Hen zonder voldoende bagage de arbeidsmarkt opsturen is voor niemand goed: niet voor de jongeren zelf, niet voor de werkgevers en dus ook niet voor de samenleving,” aldus De Vries.